Wat Guantánamo met hen deed

In de strijd tegen terreur moest een folteraar, mister X, de gevangene Mohamedou Slahi breken. Elke nacht probeerde hij een nieuwe wreedheid uit. Op verzoek van Slahi hebben ze elkaar gesproken, de zwakke, aan zichzelf twijfelende dader en het sterke slachtoffer.

De man die zich in Guantánamo ‘mister X’ noemde droeg, wanneer hij folterde, een masker en een spiegelende zonnebril. De man die hij kwelde mocht zijn gezicht niet zien. Nu, zeventien jaar later, staat mister X in zijn garage, ergens in Amerika, aan een pottenbakkersschijf. Een man met een kaal hoofd en een grijzende baard, getatoeëerd in de nek. Zijn handen, groot en sterk, vormen een grauwbruine klomp klei. Het potje zal niet bijzonder mooi worden, dat is al te zien. Hij zegt dat zijn kunst nu eenmaal zo is: hij voelt zich meer aangetrokken tot het lelijke. Mister X heeft lang nagedacht over de vraag of hij journalisten wil ontvangen om te praten over wat er toen gebeurd is. Het zou de eerste keer zijn dat een folteraar uit Guantánamo zich openlijk uitlaat over zijn daden. Aan de ontmoeting op deze dag in oktober 2020 zijn heel wat mailtjes voorafgegaan. Nu zijn we eindelijk bij hem. We hebben al een interview van meerdere uren achter de rug, waarin mister X ons over zijn wrede werk heeft verteld. We hebben hem verteld dat ook de man die hij indertijd mishandelde graag met hem wil spreken. Mister X antwoordde dat hij op zijn beurt zeventien jaar lang naar zo’n gesprek had verlangd, en dat hij er anderzijds ook zeventien jaar lang bang voor is geweest. Hij vroeg een half uur bedenktijd. Bij het potten draaien zou hij goed na kunnen denken.

De man die graag met hem zou willen spreken heet Mohamedou Ould Slahi en gold in de zomer van 2003 als de belangrijkste gevangene in het kamp van Guantánamo Bay. Van de bijna achthonderd gevangenen daar werd, voor zover bekend, niemand zo zwaar gefolterd als hij.

Sommige gebeurtenissen zijn bepalend voor een levensloop. Al duren ze, gemeten aan een heel leven, helemaal niet zo lang, in dit geval net acht weken, ze maken zo’n indruk dat ze alles wat voorafging doen vergeten en hun stempel drukken op alles daarna. Destijds, in de zomer van 2003, was mister X halverwege de dertig en ondervrager in het Amerikaanse leger. Hij behoorde tot het zogenaamde Special Projects Team, dat als opdracht had om Slahi te breken. De gevangene had tot dusver hardnekkig gezwegen, maar de geheime diensten waren ervan overtuigd dat hij over belangrijke informatie beschikte. Informatie die misschien zelfs de volgende grote aanslag zou kunnen voorkomen of zou kunnen leiden naar Osama bin Laden, die toen de meest gezochte terrorist ter wereld was: de leider van Al Qaida en hoofdverantwoordelijke voor de aanslagen van 11 september 2001.

De opdracht van het team was om het kwaad te overwinnen. Om dat te bereiken zette het er een ander kwaad tegenover.

Mister X folterde hem ’s nachts. Elke nacht dat Slahi’s zwijgen langer duurde probeerde hij een nieuwe wreedheid uit. Hij zegt dat martelen uiteindelijk een creatief proces is. Als we mister X horen beschrijven wat hij gedaan heeft, is het bij vlagen ademstokkend, en dat lijkt mister X zelf soms ook zo te ervaren tijdens het vertellen. Dan schudt hij zijn hoofd. Stopt even, strijkt door zijn baard, vecht tegen zijn tranen. ‘Man, ik kan het zelf niet geloven,’ zegt hij.

Als hij zo praat, krijg je niet de indruk dat dat alles lang geleden is gebeurd. Het is ook inderdaad nog niet voorbij. Mister X zegt dat er nauwelijks een dag voorbijgaat waarop hij niet over Slahi nadenkt of waarop die hem niet in zijn dromen opzoekt. Slahi was het ongeluk van zijn leven, in de ergste betekenis van het woord.

Er is een moment geweest dat zich niet alleen in zijn geheugen gebrand heeft, maar ook zijn ziel heeft vergiftigd, zegt mister X. Die nacht ging hij de verhoorruimte in, waar Slahi, klein en vermagerd, in zijn oranje overall op een stoel zat, vastgeketend aan een ring in de vloer. Mister X, groot en gespierd, had weer iets nieuws bedacht. Deze keer deed hij alsof hij razend was. Hij schreeuwde wild, slingerde stoelen door de ruimte, sloeg met de vuisten tegen de muur en smeet Slahi papieren in het gezicht. Slahi beefde over zijn hele lichaam.

De reden waarom hij dit moment nooit meer kwijtraakt, zegt mister X, is niet dat hij de angst gezien had in de ogen van Slahi, maar dat hij, mister X, ervan genoten had die angst te zien. Slahi zo te zien sidderen, zegt hij, voelde als een orgasme.

Mohamedou Slahi

Mohamedou Slahi is nu vijftig jaar oud. In december 2020, twee maanden na ons bezoek bij mister X, staat hij aan het Atlantische strand. Voor hem breken de golven op de Mauritaanse kust, niet ver achter hem begint de eindeloze uitgestrektheid van de Sahara. Slahi draagt een Mauritaans gewaad en een tulband die zich aftekenen tegen de stralend blauwe hemel boven hem. Met samengeknepen ogen kijkt hij uit over de zee en zegt hij dat hij, als hij hier met een aanhoudend westelijke koers zou wegzeilen, aan zou komen waar hij veertien jaar lang werd vastgehouden, aan de zuidoostelijke punt van Cuba.

Sinds vijf jaar is Slahi weer vrij. Maar ook hij kan de tijd in Guantánamo niet van zich afschudden, evenmin als mister X. Hij woont nu weer in Nouakchott, de hoofdstad van Mauritanië, aan de rand van de woestijn, de plek vanwaar de VS hem enkele weken na 11 september 2001 lieten ontvoeren. Anders dan toen is hij tegenwoordig een beroemdheid. Hij wordt op straat aangesproken, vanuit zijn huis verschijnt hij via Zoom aan universiteiten en op podia over de hele wereld om mensenrechtenschendingen in de VS aan de kaak te stellen. Als hij ’s avonds de ogen sluit en in slaap valt, zegt hij, dan komt ook vaak de gemaskerde man weer terug.

Toen een van de auteurs van dit artikel hem in 2017 voor het eerst bezocht, uitte Slahi een wens – hij zou zijn folteraars graag terugvinden. Hij had toen al een boek geschreven over zijn tijd in Guantánamo. In de laatste zin nodigt hij de mensen die hem hadden gekweld uit om thee met hem te drinken. ‘Mijn huis staat open.’

Bij deze eerste ontmoeting, en ook nu weer, in december 2020, zegt hij dat hij in de tijd van de martelingen in Guantánamo vooral één ding heeft gevoeld: haat. Keer op keer had hij zich voorgesteld op welke wrede manier hij mister X zou ombrengen. Hem, zijn familie en iedereen die iets voor hem betekende. Maar toen had hij in de eenzaamheid van zijn cel, door na te denken, te bidden en te schrijven, ingezien dat wraak geen oplossing is. Dus besloot hij iets anders te proberen: vergeving.

In de stilte van zijn cel dwong hij zich tot de gedachte dat deze grote, sterke man, mister X, in werkelijkheid een klein, zwak kind was. Een kind dat hij, Mohamedou Slahi, over het hoofd zou strelen, waarbij hij zou zeggen: wat jij gedaan hebt is erg, maar ik vergeef het je. Het proces van de heropvoeding van zichzelf duurde meerdere jaren, maar op een zeker moment, hij zat nog altijd in zijn cel in Guantánamo, was het hem gelukt zich zozeer te overtuigen van de oprechtheid van deze gedachte, dat hij werkelijk de behoefte voelde om te vergeven.

Toen Slahi de wens uitsprak mister X te spreken, zei hij dat hij hoopte daardoor rust te vinden voor zijn nog altijd rusteloze ziel. In het gunstigste geval zou hij de oude, pijnlijke herinneringen van toen kunnen vervangen door nieuwe, goede herinneringen.

Zo begon onze zoektocht naar mister X Hoe moet je je een man voorstellen die een andere man martelt? In Amerikaanse documenten, bijvoorbeeld in een onderzoeksrapport van de senaat, staat beschreven wat mister X gedaan heeft. Het zijn beschrijvingen van het grofste psychische en soms ook fysieke geweld. Kom je hem nu tegen, dan gebeurt er iets bijzonders. Je kunt het beeld dat zich uit al die berichten in je hoofd heeft gevormd, niet rijmen met de man die voor je zit. We weten met zekerheid dat hij mister X is. Vroegere collega’s van hem hebben ons zijn identiteit bevestigd. Maar de mister X die wij leren kennen is een fijnzinnige kunstliefhebber. Een ontwikkelde, in geschiedenis geïnteresseerde man. Al met al een tamelijk sympathieke vent. Na verscheidene dagen die we met hem doorgebracht hebben, kun je je niet aan de indruk onttrekken dat hij blijkbaar ook een heel empathisch mens is. Mister X vertelt dat hij af en toe daklozen in een restaurant uitnodigt, en ook dat het voorkomt dat hij moet huilen voor de tv als hij nieuws ziet uit rampgebieden. Juist omdat hij zo meevoelend was, was hij zo goed als ondervrager, als folteraar. Je moet je in de man tegenover je kunnen verplaatsen. Wat zal hem nog meer pijn doen? Wat zou hem nog onzekerder kunnen maken? Waar zit zijn zwakke plek? Maar vanwege die empathie is hij ook kapotgegaan aan wat hij toen gedaan heeft.

Kort nadat hij in de winter van 2003 Guantánamo had verlaten, begon mister X te drinken. Niet zelden drie flessen rode wijn op een avond. Hij bracht meer en meer tijd door in bed en sprak steeds minder met zijn vrouw en zijn kinderen. Slapen kon hij nauwelijks meer. Hij speelde met de gedachte om zelfmoord te plegen, vertelt hij. Een arts stelde de diagnose PTSS (posttraumatische stressstoornis). De folteraar had het trauma opgelopen dat je eerder bij zijn slachtoffer zou verwachten.

Er bestaan veel studies over het psychisch lijden van slachtoffers van marteling. Oorlogsvluchtelingen uit Syrië, ontsnapten uit Libische kampen waar ze mishandeld werden, Oeigoerse gevangenen uit China – bij zulke mensen worden vaker depressies, verslavingen, concentratieproblemen, slaapproblemen en zelfmoordgedachten vastgesteld.

Mister X leed aan al deze symptomen. Je zou de ontdane mister X kunnen zien als de verpersoonlijking van het trauma dat de hele VS sinds 11 september 2001 heeft opgelopen. Na die oergebeurtenis heeft het land, dat in de strijd tegen terreur de waarden van het Westen wilde verdedigen, precies die waarden verraden. Rechtsstatelijkheid. Gerechtigheid. Democratie. En sinds die oergebeurtenis wordt het land sterker dan ooit tevoren verscheurd door een alomtegenwoordig geweld, dat gepleegd wordt door kapotte mensen. Rellen, aanslagen, haatmisdrijven. Lijdt de VS als geheel misschien aan een soort PTSS?

Schuld

Sinds zeventien jaar, zegt mister X, gaat hij gebukt onder de schuld die hij op zich geladen heeft. Hij heeft medicijnen geslikt, is in therapie geweest en heeft een nieuwe baan gezocht. Al zeventien jaar probeert hij zijn fout goed te maken. Een paar dingen zouden hem geholpen hebben. Een beetje. Maar niet echt. Misschien ook omdat hij in al die jaren stiekem wel wist dat hij, om echt met zichzelf in het reine te komen, dringend één ding zou moeten doen. ‘Het zou fatsoenlijk zijn om Slahi oog in oog te zeggen dat ik spijt heb van wat ik hem heb aangedaan. Dat het fout was.’

Zo gezien is Slahi’s aanbod om te komen praten, dat wij journalisten hem voorleggen, een geschenk uit de hemel. De mogelijkheid om er definitief een streep onder te zetten. Maar er is een gedachte die mister X achtervolgt en die het hem moeilijk maakt het aanbod aan te nemen.

Mister X beschouwt Slahi nog altijd als een terrorist. En wel een van de geniaalste van de recente geschiedenis. Een charismatisch man, een manipulator, een begenadigd communicator, die indertijd al vier talen beheerste: Arabisch, Frans, Duits en Engels, en er in Guantánamo nog een vijfde bij leerde: Spaans.

Slahi was waarschijnlijk de sluwste mens die hij ooit is tegengekomen, zegt mister X. Zo sluw dat het Slahi gelukt is zijn ondervragers te misleiden, net zoals het hem nu lukt om miljoenen mensen op de wereld te doen geloven dat hij onschuldig is. Mister X zegt dat hij de psyche van deze mens beter kent dan die van zijn eigen vrouw. Wekenlang heeft hij niets anders gedaan dan zich in deze man verplaatsen en één ding is hem duidelijk: Slahi is een briljante leugenaar.

In het jaar 2010 oordeelt een Amerikaanse rechter dat Slahi vrijgelaten moet worden, omdat de vermeende bewijzen van de federale regering tegen hem niet deugen als bewijs. De regering gaat in hoger beroep.

In het jaar 2015 verschijnt het boek dat Slahi in de gevangenis heeft geschreven: Guantánamo dagboek. Het is zwaar gecensureerd maar de boodschap is duidelijk: de VS hebben een onschuldige gemarteld. Het boek wordt een bestseller.

In het jaar 2016 komt Slahi vrij, na veertien jaar zonder aanklacht. In Mauritanië wordt hij binnengehaald als een held.

In het jaar 2019 wordt bekend dat Guantánamo dagboek verfilmd zal worden. Jodie Foster en Benedict Cumberbatch zullen erin spelen. Oscarwinnaar Kevin Macdonald zal de regie voeren.

In het jaar 2020 wordt op de site van The Guardian de trailer gepubliceerd van een documentaire waarin een van Slahi’s bewakers naar Mauritanië reist en voormalige vijanden vrienden worden.

Zogenaamde vrienden, zegt mister X. Hij gelooft niets van dat ‘geklets over vergeving’ van Slahi. De filmscènes – de wandeling in het Saharazand, Slahi die zijn bewaker lachend in een Mauritaans gewaad helpt – heeft Slahi allemaal echt meesterlijk in scène gezet: Slahi, die grootmoedig vergiffenis schenkt, de fatsoenlijke David die zich ver verheft boven de verdorven Goliath – het verhaal van een held.

Dat is wat mister X zo lang doet aarzelen: Slahi, vreest hij, zou ook hem voor zijn toneelstukjes kunnen gebruiken. Hij zou de hele wereld kunnen laten zien: kijk dan, nu verontschuldigt zich niet zomaar een onbeduidende bewaker, maar ook mijn folteraar, en ik vergeef ook hem! Slahi zou een nog grotere held worden.

Is de behoefte van mister X om zijn slachtoffer te ontmoeten groter dan zijn vrees om door hem gebruikt te worden?

Geen masker, geen zonnebril

Mister X heeft een klein, lelijk potje gedraaid. Het moet nu drogen. Hij zet het opzij, droogt zijn handen af aan een handdoek en kijkt ernstig. Lang zwijgt hij. Dan zegt hij: ‘Ik ga het nu tot een goed einde brengen. O mijn God.’

Het beeld bibbert, het geluid is slecht, en heel even staat in het gezicht van mister X de hoop te lezen dat de techniek hem zal redden. Dan verschijnt op het computerscherm voor hem het gezicht dat hij zo goed kent – even smal als toen, maar verouderd. De man op het beeldscherm heeft, anders dan Slahi in 2003, nauwelijks nog haar. En Slahi draagt nu een bril met een zwart montuur.

In Mauritanië is het laat geworden, bijna middernacht, maar Mohamedou Slahi is wakker gebleven. Ook hij heeft bezoek van een lid van ons team. Per telefoon hebben we de afgelopen uren Slahi vanuit de VS op de hoogte gehouden: er is een beetje vertraging; mister X heeft nog even tijd nodig.

Nu vormt zich ook op de monitor in Mauritanië een beeld. De grijze baard, het kale hoofd, de tatoeages in de nek.

Mohamedou kijkt zijn pijniger in het gezicht. Geen masker, geen zonnebril.

Mister X: Meneer Slahi. Hoe gaat het met u?

Mohamedou Slahi: Hoe maakt u het, meneer?

Mister X: Niet slecht, en u?

Mohamedou Slahi: Met mij gaat het heel goed.

Mister X: Dat is mooi.

Mohamedou: Dank u, dat u ernaar vraagt.

Mister X: Ja meneer. Ik heb heel erg geaarzeld om dit te doen. Maar ik wil u toch een paar dingen zeggen.

Mister X zag hem voor het eerst op 22 mei 2003. Hij stond in Guantánamo in een obervatieruimte en keek door een onewayscreen. Daar, in de verhoorruimte, werd Slahi op dat moment ondervraagd door twee FBI-agenten. Een half jaar lang hadden ze bijna elke dag met hem gesproken – zonder het geringste succes. Over enkele dagen, dat was al beslist, zou het leger het overnemen: mister X en zijn collega’s. Midden in de ruimte stond een tafel, aan de ene kant de agenten, aan de andere Slahi. De FBI had koeken meegebracht. Een van beide agenten, blond en groot, blijkbaar de baas, bladerde in de Koran en zei iets over een passage. Toen stond Slahi op. Hij droeg geen handboeien, geen ketens. Hij liep om de tafel heen, nam de koran uit handen van de agent en zei: Nee, nee, dat begreep hij verkeerd. Hij moest dat zo en zo begrijpen. Ten slotte nam mister X waar hoe de agenten Slahi omhelsden als een vriend. ‘Daar begreep ik niks van!’ zegt hij.

De FBI-agent die in de koran bladerde, heet Rob Zydlow. Ook met hem hebben we gesproken. Hij woont in Californië; sinds een paar maanden is hij met pensioen. Mislukken vindt hij een groot woord, maar inderdaad, bij Slahi heeft zijn plan niet gewerkt. Hij heeft het op de nette manier geprobeerd, maar of hij nu zelfgebakken koeken meebracht, zoals op die dag, of een hamburger van McDonald’s, of hij nu natuurdocumentaires bekeek met Slahi of zich door hem Arabisch liet leren, Slahi liet simpelweg niets los. Hij zei steeds alleen maar: ‘Ik ben onschuldig.’ Slahi op zijn beurt zegt vandaag dat de koek van de FBI goed gesmaakt heeft; het fijnst vond hij de documentaire over de Australische woestijn, en de poging van Rob Zydlow om Arabisch te leren ging helemaal nergens over. Het klopte dat de mensen van de FBI maandenlang min of meer fatsoenlijk met hem omgingen, maar hij was deze agenten geen antwoorden schuldig. Het was andersom: zij waren hem antwoorden schuldig. Waarom hadden de VS hem laten ontvoeren?

Slahi wist niet dat op die dag achter de spiegel een man toekeek die hij niet veel later zou leren kennen als mister X. Hij wist niet dat in het Pentagon op dat moment een document van het ene bureau naar het volgende verhuisde om te worden ondertekend, tot aan minister van Defensie Donald Rumsfeld. Een document waarin voorbeelden werden genoemd van methoden die deze man mocht inzetten om gevangene Mohamedou Slahi aan het praten te krijgen. Een stuk dat een kader aangaf, maar dat het folterteam nog veel ruimte liet voor eigen ideeën.

Robert Zydlow vertelt dat hij bij de legerlui die het overnamen een regelrechte jachtkoorts bespeurde. Mister X vertelt dat hij naar de legerwinkel was gereden en een blauwe overall had gekocht. Slahi was een mensenvanger, dat had zijn omgang met de FBI-agenten bewezen. Dus nu, zo was de logica, zou Slahi niet met een mens te maken krijgen, maar met een figuur uit een horrorfilm.

Op de middelbare school zat mister X in de toneelclub. Nog steeds speelt hij Dungeons & Dragons, een gezelschapsspel met elfen, orks en draken, hij leest

Bastiaan Berbner en John Goetz


Tekstkaders

IN HET KORT

• Het zou de eerste keer zijn dat een folteraar uit Guantánamo zich openlijk uitlaat over zijn daden en een gesprek aangaat met zijn slachtoffer.

• De folteraar is niet van Slahi’s onschuld overtuigd en denkt nog altijd dat hij een vijand van de Verenigde Staten is. Maar wat hij Slahi heeft aangedaan was verkeerd, geeft hij toe.

• Het kwam nooit tot een proces. Desondanks zat Slahi nog 12 jaar opgesloten. In 2016 kwam hij vrij, het was een van de laatste besluiten van de regering-Obama.

Bastiaan Berbner en John Goetz

John Goetz is onderzoeksjournalist bij de Duitse publieke omroep NDR. Nadat Slahi in 2016 werd vrijgelaten uit Guantanamo, bezocht Goetz hem in Mauritanië, waar Slahi de wens uitsprak om zijn folteraars te ontmoeten. Goetz ging naar hen op zoek en vond onder anderen de man die Slahi als hoofddader noemde: mister X.

Zeit-redacteur Bastian Berbner sloot zich een jaar geleden aan bij het onderzoek. Daarna volgden reizen naar Slahi en naar Mister X en interviews met rechercheurs, mensen van de geheime dienst en leden van het martelteam. Er is ook een documentaire gemaakt: Slahi und seine Folterer.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *